Jarenlang kreeg je te horen dat je bord er over een paar jaar heel anders uit zou zien: meer linzen, minder gehakt, meer kikkererwten, minder kipfilet. Maar de nieuwste cijfers van Wageningen University & Research laten iets anders zien. De verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten in Nederland staat al drie jaar vrijwel stil op 61 procent dierlijk tegenover 39 procent plantaardig. De verkoop van vleesvervangers daalt zelfs, terwijl supermarktketen Jumbo deze zomer weer gewoon reclame maakt voor vlees, iets waar de keten een paar jaar geleden nog bewust mee stopte.
Voor jou als sporter is dat meer dan een economisch nieuwtje. Je eiwitinname bepaalt hoeveel spiermassa je opbouwt en hoe snel je herstelt na een training. Als de markt zich anders ontwikkelt dan verwacht, verandert ook wat er straks in de supermarkt ligt en wat je op je bord krijgt.
Wat de eiwitmonitor precies laat zien
De Eiwitmonitor 2025, samengesteld door Wageningen Social & Economic Research in opdracht van het ministerie van LVVN, volgt sinds 2023 jaarlijks hoeveel dierlijk en plantaardig eiwit Nederlanders eten. De uitkomst is duidelijk: de verhouding beweegt nauwelijks. Onderzoeker Marleen Onwezen concludeert dat consumptie, houding en aanbod niet in hetzelfde tempo veranderen. Nederlanders staan welwillender tegenover plantaardig eten dan een paar jaar geleden, maar het aanbod in de winkel groeit maar mondjesmaat mee, en de gewoontes aan tafel veranderen al helemaal niet. Meer details staan in het onderzoek van Wageningen University.
Dat is opmerkelijk, want de doelstelling van de overheid is een verhouding van 50:50 in 2030. Die datum komt razendsnel dichterbij en de cijfers laten zien dat er geen enkele beweging in die richting zit. Sterker nog, bij vleesvervangers kromp het verkochte volume vorig jaar met meer dan 10 procent, en Jumbo besloot na jaren van terughoudendheid weer gewoon vlees te promoten in de folder.
Waarom dit je eiwitinname als sporter direct raakt
Als je regelmatig traint, weet je waarschijnlijk al dat 1,6 tot 2,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht een gangbare richtlijn is voor spieropbouw. De vraag is niet zozeer of je genoeg eiwit binnenkrijgt, maar uit welke bron. En daar wordt het interessant: dierlijke eiwitbronnen als kip, ei en kwark bevatten van nature meer leucine per portie, het aminozuur dat de eiwitsynthese in je spieren echt op gang brengt. Plantaardige bronnen zoals linzen, tofu en tempeh kunnen dat verschil dichten, maar dan moet je wel meer eten en variëren, iets waar de meeste sporters minder bewust mee bezig zijn dan met een shake na de training.
Nu de eiwittransitie stokt, blijft het aanbod van betaalbare, smaakvolle plantaardige eiwitbronnen in de supermarkt achter bij wat je nodig hebt om puur plantaardig aan je eiwitbehoefte te komen. Dat maakt gemengde voeding, dierlijk en plantaardig door elkaar, voor de meeste sporters op dit moment nog steeds de praktische route.
De nieuwe Schijf van Vijf wijst een andere kant op
Opvallend is dat het Voedingscentrum in april dit jaar juist een vernieuwde Schijf van Vijf presenteerde die minder vlees en meer peulvruchten aanraadt, zoals we eerder al schreven. Beleid en praktijk lopen dus flink uit de pas: de officiële voedingsrichtlijn duwt richting plantaardig, terwijl de winkelvloer en de consument een andere kant op bewegen. Voor jou betekent dat vooral dat je niet blind op het schap kunt vertrouwen. Wat gezond en beschikbaar is, verandert langzamer dan de adviezen suggereren.
Dat gat tussen advies en aanbod zie je ook terug bij vezels. Terwijl fabrikanten voorzichtig blijven met nieuwe plantaardige producten, groeit de vraag naar vezelrijke voeding juist hard, zoals we eerder beschreven over de vezel-hype. Blijkbaar verandert de manier waarop je naar je bord kijkt sneller dan de supermarkt kan bijbenen.
Wat dit betekent voor je boodschappenlijst
Praktisch gezien hoef je niet te wachten tot de eiwittransitie weer op gang komt. Bouw je eiwitinname op uit een mix van bronnen:
- Kip, vis, eieren en zuivel voor de leucine-boost die je spieren nodig hebben na een training
- Linzen, kikkererwten en tofu voor extra vezels en variatie in je maaltijden
- Volkoren graanproducten als aanvulling, niet als vervanging van je eiwitbronnen
- Het eiwitgehalte per honderd gram op het etiket, niet de marketingtekst op de verpakking
Niet elk product met "eiwitrijk" op de verpakking bevat evenveel bruikbaar eiwit als een gewone kipfilet, dus die laatste tip is minder overbodig dan hij klinkt. Voor krachtsporters die veel spiermassa willen opbouwen, blijft dierlijk eiwit voorlopig de efficiëntste route, simpelweg omdat je minder hoeft te eten om aan je dagelijkse behoefte te komen. Voor wie vooral gezondheid en duurzaamheid centraal stelt, is een geleidelijke verschuiving richting meer plantaardig nog steeds verstandig, ook al gaat dat volgens de cijfers een stuk trager dan gepland.
Waarom je dit nu al in de gaten moet houden
De kans is groot dat de discussie over de eiwittransitie de komende jaren feller wordt, juist omdat de doelstelling van 2030 in zicht komt zonder dat de cijfers meebewegen. Dat kan leiden tot nieuwe regelgeving, prijswijzigingen of juist een groter aanbod van goedkope plantaardige eiwitbronnen als de politiek ingrijpt. Als sporter heb je daar baat bij: hoe groter het aanbod, hoe makkelijker het wordt om je eiwitdoel te halen zonder elke avond een stuk vlees op je bord te leggen. Tot die tijd is de simpelste strategie: eet gevarieerd, let op de eiwitwaarden per portie, en laat je niet gek maken door trends die sneller gaan dan de supermarkt kan volgen.